Nederlandse voedsel en waren autoriteit (NVWA)

Wet en regelgeving op het gebied van voedselveiligheid, traceerbaarheid en dierwelzijn staan bij Kiezebrink hoog in het vaandel. Kiezebrink handelt volledig conform Europese wet- en regelgeving EU 1069/2009. De verschillende bedrijfslocaties in Putten zijn allemaal erkend door de Nederlandse overheid, de NVWA (www.nvwa.nl).

In Nederland worden de veiligheid van producten gecontroleerd door de NVWA (Nederlandse voedsel en waren autoriteit). Dit wordt uitgevoerd aan de hand van opgestelde wetten en regels. De NVWA is ontstaan uit een fusie van de VWA (Voedsel en waren autoriteit), AID (Algemene inspectiedienst en de PD (plantenziektekundige Dienst. De NVWA valt onder het ministerie van Economische zaken.

De taken van de NVWA bestaan uit het:

  • Bewaken van de veiligheid van voedsel en consumentenproducten
  • Bewaken gezondheid van dieren en planten
  • In de gaten houden van dierenwelzijn
  • Handhaven van de natuurwetgeving

Producenten die dierlijke producten verwerken zoals vlees (incl. dierlijke bijproducten), vis of zuivel moeten door de NVWA erkend worden. Deze erkenningen worden afgegeven wanneer het bedrijf voldoet aan de gestelde eisen. Dit wordt vervolgens getoetst door onaangekondigde controles.

Rauwe producten bestemd voor vervoedering vallen onder de regeling dierlijke bijproducten. Voor dierlijke bijproducten geldt de basis verordening EG 1069/2009 en de uitvoeringsverordening 142/2011. Dierlijke bijproducten worden ingedeeld in een 3 tal categorieën, naargelang van het risico voor de volks- en diergezondheid. Deze groepen zijn:

  • Categorie 1 materiaal
  • Categorie 2 materiaal
  • Categorie 3 materiaal

Categorie 1 materiaal:

Producten welke vallen onder categorie 1 materiaal zijn producten die:

  • Een risico vormen door een overdraagbare hersenziekte (BSE/TSE);
  • Gespecificeerd risicomateriaal;
  • Verboden stoffen bevatten, zoals bijvoorbeeld hormonen;
  • Residuen bevatten van milieuverontreinigende stoffen, zoals dioxines en PCB’s.

Onder categorie 1 vallen ook:

  • Dode gezelschapsdieren;
  • Wilde dieren waarvan wordt vermoed dat zij met op mens of dier overdraagbare ziekten zijn besmet;
  • Proefdieren;
  • Keukenafval van internationale middelen van vervoer zoals vliegtuigen en schepen.

Categorie 1 materiaal moet aangeboden voor o.a. verbranding. Deze producten mogen binnen Nederland alleen aangeboden worden aan Rendac.

Categorie 2 materiaal:

Producten welke vallen onder categorie 2 materiaal zijn producten die:

  • Mest en inhoud van het maag-darmkanaal;
  • Slib van slachthuizen;
  • Dierlijke producten uit derde landen die niet voldoen aan de invoereisen van de Europese Unie;
  • Dierlijke producten die residuen bevatten van diergeneesmiddelen;
  • Dieren die anders dan door slachting, niet voor menselijke consumptie sterven of gedood worden. Bijvoorbeeld bepaalde kadavers van boerderijen of dieren die gedood worden om dierziekte te bestrijden;
  • Dierlijke bijproducten die niet onder categorie 1- of categorie 3 materiaal vallen. Bijvoorbeeld bedorven voedingsmiddelen of vlees dat bij de keuring tijdens het slachten ongeschikt is verklaard voor humane en dierlijke consumptie.

Categorie 2 materiaal mag met toestemming van de bevoegde autoriteit worden vervoederd aan:

  • Dierentuindieren;
  • Circusdieren;
  • Andere reptielen en roofvogels dan dierentuindieren of circusdieren;
  • Pelsdieren;
  • Wilde dieren;
  • Honden in erkende kennels of meutes;
  • Honden en katten in asielen;
  • Maden en wormen die als visaas worden gebruikt.

Categorie 3 materiaal:

Producten welke vallen onder categorie 3 materiaal zijn producten die:

  • Dieren die geslacht zijn in een slachthuis en na een inspectie volgens de EU-wetgeving zijn goedgekeurd, maar om commerciële redenen niet voor humane consumptie geschikt zijn;
  • Rauwe melk van gezonde dieren;
  • In volle zee gevangen vis voor de productie van vismeel;
  • Hoeven, haren, veren, horens van dieren goedgekeurd voor humane consumptie;
  • Karkassen en bepaalde delen van hetzij dieren die in een slachthuis zijn geslacht en na een keuring voor het slachten geschikt zijn verklaard om voor  menselijke consumptie te worden geslacht, hetzij karkassen en bepaalde delen van wild dat overeenkomstig de communautaire wetgeving voor menselijke consumptie ongeschikt zijn verklaard, maar die geen symptomen van op mens of dier overdraagbare ziekten vertoonden;
  • Producten van dierlijke oorsprong, of voedingsmiddelen die producten van dierlijke oorsprong bevatten, die niet langer voor menselijke consumptie bestemd zijn om commerciële redenen of wegens productieproblemen, verpakkingsgebreken of andere problemen die geen risico voor de volksgezondheid of de diergezondheid inhouden;
  • Voormalige voedingsmiddelen, bijvoorbeeld voedingsmiddelen waarvan de exploitant besluit ze niet meer voor humane consumptie te bestemmen;
  • Keukenafval en etensresten die niet afkomstig zijn van internationale middelen van vervoer.

Onder categorie 3 materiaal vallen ook: 

  • Om commerciële reden gedode eendagskuikens;
  • Dieren en delen van dode dieren van de zoölogische ordes Rodentia (knaagdieren) en Lagamorpha (haasachtigen) met uitzondering van categorie 1 en categorie 2 materiaal.

 

 

Copyright 2019 Kiezebrink Focus on Food | Realisatie door Census